Ga direct naar de content

Simpsons paradox in ongelijkheid

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 27 2017

Er is iets vreemds aan de hand met hoe we tegen herverdeling aankijken. We weten al langer dat de ongelijkheid van primaire inkomens – dat zijn de inkomens vóór belastingen, uitkeringen en toeslagen – stijgt, maar dat de ongelijkheid van besteedbare inkomens – dat zijn de inkomens ná belastingen, uitkeringen en toeslagen – nagenoeg onveranderd blijft. Dat kan alleen maar waar zijn als er meer herverdeeld wordt. Koen Caminada zet dit in internationaal perspectief nog eens uiteen in zijn column.

Maar de conclusie dat er meer herverdeeld wordt, schuurt met de ervaring die veel mensen de afgelopen jaren hebben gehad met belastingen, uitkeringen en toeslagen: de overheid is de afgelopen jaren nou niet echt royaler geworden.

Dat er dan toch meer herverdeeld wordt, komt doordat hier Simpsons paradox speelt (Simpson, 1951). Deze paradox kreeg grotere bekendheid toen studenten erop wezen dat mannen bij de University of California (UC) Berkeley een iets grotere kans hadden om toegelaten te worden dan vrouwen, terwijl de universiteit aangaf dat bij iedere faculteit vrouwen die zich aanmelden juist een iets grotere kans hadden om toegelaten te worden dan mannen. Beide feiten bleken waar en dit kwam omdat vrouwen zich vaker voor populaire opleidingen bleken in te schrijven, waardoor in totaal relatief meer vrouwen dan mannen werden afgewezen.

In de economie heten deze vaak contra-intuïtieve ­effecten samenstellingseffecten. In hun artikel laten Marion van den ­Brakel en Ferdy Otten zien dat samenstellingseffecten kunnen verklaren dat een aanzienlijk deel van de stijging in de ongelijkheid van de primaire inkomens niet terugkomt in de ongelijkheid van besteedbare inkomens. De groep gepensioneerden groeit ten opzichte van de groep werkenden. Gepensioneerden hebben vaak geen noemens­waardig primair inkomen, maar wel een AOW-­uitkering. Er vindt dan meer herverdeling plaats, omdat er meer mensen recht hebben op een uitkering, en niet omdat de uitkeringen ­ruimer geworden zijn.

Een ander samenstellingseffect dat een rol kan spelen, zit hem in de bron waaruit huishoudens hun inkomen betrekken. Toen de werkloosheid in de crisis toenam, steeg het aantal huishoudens met een uitkering. Hierdoor steeg de primaire-inkomensongelijkheid, zonder dat de ongelijkheid onder besteedbare inkomens veel veranderde. Ook het aantal ondernemers is hier van belang. Inkomens zijn veel ongelijker verdeeld onder ondernemers, dus nu het aantal ondernemers stijgt, neemt de primaire-inkomensongelijkheid toe. Afhankelijk van de progressiviteit van het belastingstelsel, hoeft dit geen grote gevolgen voor de besteedbare inkomens te hebben. Wederom, er vindt meer herverdeling plaats omdat de positie van mensen verandert, niet omdat de belastingregels veranderen.

Dat vooral de samenstellingseffecten van belang zijn, laten René Schulenberg en Manuel Buitenhuis ook zien. Zij kijken niet naar de primaire inkomens op huishoudniveau, maar naar primaire inkomens op persoonsniveau en vinden dat de ongelijkheid daarvan, in tegenstelling tot die op huishoudensniveau, onveranderd blijft. Dit zegt dat de markt personen die werken niet echt anders is gaan belonen, maar dat de manier waarop huishoudens zijn samengesteld meer tot ongelijkheid leidt dan vroeger. Schulenberg en Buitenhuis komen overigens tot een andere conclusie dan Van den Brakel en Otten als het op de arbeidsparticipatie van vrouwen aankomt, maar dat terzijde.

Het artikel van Schulenberg en Buitenhuis eindigt met een positieve noot. Doordat de ongelijkheid van primaire inkomens van personen gelijk blijft, concluderen ze dat de negatieve kanten van stijgende topbeloningen, baanpolarisatie en vermogen wel meevallen. Dat mag zo zijn, maar dat betekent niet dat de ­toename van de herverdeling probleemloos is. Door samenstellingseffecten zien huishoudens dat er meer herverdeling is zonder dat ze daar zelf veel van merken. Dat kan niet goed zijn voor het draagvlak dat nodig is voor die herverdeling.

Literatuur

Simpson, E.H. (1951) The interpretation of interaction in contingency tables. Journal of the Royal Statistical Society, Series B, 13(2), 238–241.

Auteur

Categorieën