Ga direct naar de content

De rol van het CPB

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 24 2003

De rol van het CPB
Aute ur(s ):
Don, Henk (auteur)
De auteur is directeur van het Centraal Planbureau. f.j.h.don@cpb .nl
Ve rs che ne n in:
ESB, 88e jaargang, nr. 4417, pagina D20, 23 oktober 2003 (datum)
Rubrie k :
Tre fw oord(e n):
reactie

Welke rollen van de beleidseconoom krijgen invulling bij het CPB? In hoeverre is onze bewegingsvrijheid beperkt door de
randvoorwaarden waarbinnen we moeten werken? Hoe zit het nou met die spanning tussen wetenschappelijke normen en relevantie voor
het beleid?
Rollen
De taak van het planbureau “omvat het verrichten van wetenschappelijke verkenningen, analyses en prognoses, die relevant zijn voor
het strategisch beleid van het kabinet. Deze activiteiten zijn intersectoraal van aard en toekomstgericht” 1. Deze taakomschrijving noemt
maar twee van de vier rollen van de beleidseconoom: verkennen en evalueren. Legitimeren kan nooit het doel van een wetenschappelijke
evaluatie zijn, hoogstens het niet-vooropgezette resultaat. Die rol past een planbureau dus niet. En adviseren? Daarin stelt het CPB zich
terughoudend op, om de indruk te vermijden dat wij een politieke agenda zouden hebben. Het CPB geeft alleen advies als daar
uitdrukkelijk om gevraagd wordt.
De door Wolfson genoemde toetsingscommissie vindt het CPB té voorzichtig met het formuleren van beleidsmatig bruikbare
aanbevelingen en pleit voor een meer geprofileerde opstelling2. Wel erkent de commissie dat meer profilering al snel kan leiden tot meer
discussie over de positie van het Planbureau. In reactie hebben we benadrukt dat het CPB geen ongeclausuleerde aanbevelingen wil
doen: analyses, geen waardeoordelen. Tegelijk erken ik dat de nadruk op onafhankelijkheid en onpartijdigheid soms kan leiden tot een
wat krampachtige opstelling. Enige souplesse in woordkeus en presentatie komt de duidelijkheid ten goede. Sommige beleidsconclusies
liggen direct in het verlengde van de analyse. De communicatie kan beter, maar bij twijfel kiezen we voor de voorzichtige lijn omdat de
schade bij reputatieverlies bijzonder groot kan zijn.
Randvoorwaarden
De kerntaak gaat over verkennen en evalueren. Verkenningen van de toekomst op korte termijn, middellange termijn en lange termijn, om
toekomstige knelpunten en uitdagingen voor het beleid op te sporen. Evaluaties van in het verleden gevoerd beleid (‘ex post’ evaluaties)
en evaluaties van mogelijk toekomstig beleid (‘ex ante’ evaluaties), om de voor- en nadelen van verschillende beleidsopties in kaart te
brengen. Het zijn de ‘ex ante’ evaluaties waar Wolfson zorgen over heeft. Terecht pleit hij ervoor de planbureaus tijdig in te schakelen
voor een integrale analyse. Tijdige inschakeling komt de doelmatigheid van de beleidsvoorbereiding ten goede en creëert ook ruimte
voor een gedegen analyse die zo weinig mogelijk onzekerheden laat. Bovendien kan tijdige inschakeling voorkomen dat bewindslieden
en departementsambtenaren mentaal of ook materieel al verplichtingen aangaan voordat een evenwichtige toetsing aan alternatieven
beschikbaar is. Deze les is geloof ik nu wel geleerd, al is dat geen garantie dat het voortaan vlekkeloos gaat. Ik ben het niet met Wolfson
eens waar hij stelt dat de planbureaus vaak te beperkt worden betrokken bij de voorbereiding van het beleid. Een enkele keer moeten we
door tijdsgebrek met een partiële analyse volstaan. Maar in de regel nemen we de vrijheid om bestaand beleid ter discussie te stellen, al is
het kabinet daar niet altijd gelukkig mee. Door de (alternatieve) kosten van normstellingen in kaart te brengen, laten we zien dat zonder
die restricties andere, en soms betere, uitkomsten mogelijk zijn. Zo bleken de volumegrenzen aan het luchtverkeer op Schiphol onnodig
restrictief en de bestaande convenanten rond geluidsoverlast in de Rotterdamse haven onnodig kostbaar te zijn3. Een andere
vormgeving van het milieubeleid bleek in beide gevallen doelmatiger.
Tussen wetenschap en beleid
Naast de (nationale) beleidsgeoriënteerde toetsingscommissie waarover Wolfson spreekt, heeft recent ook een internationale
visitatiecommissie zich gebogen over het werk van het CPB4. De eerste commissie bepleit meer aandacht voor het omzetten van
wetenschappelijke analyses naar beleidsmatig bruikbare aanbevelingen. Vanuit een meer academische achtergrond pleit de tweede
commissie voor versterking van de banden met de wetenschap. Natuurlijk zijn wetenschappelijke ambities en beleidsrelevantie niet
strijdig met elkaar. Er treedt echter wel spanning op, als gevolg van de beperkt beschikbare tijd en middelen. We willen voldoen aan
wetenschappelijke normen omdat die de kern vormen van de kwaliteit van ons werk. Tegelijk willen we beleidsmakers tijdig voorzien van
nuttige informatie en inzichten. De snelheid waarmee beleidsvragen moeten worden beantwoord, laat vaak weinig ruimte voor
diepgravend onderzoek. Langs verschillende wegen proberen we de spanning te verminderen en te beheersen.

De belangrijkste middelen om de spanning te verminderen zijn: anticiperen op toekomstige beleidsvragen, tijdig onderzoek starten en
investeren in kennis (soms in de vorm van modellen) waaruit voor diverse gelegenheden kan worden geput. Voor het overige moet de
spanning beheerst worden: goed aangeven waar de belangrijkste onzekerheden zitten en duidelijk maken dat de vraag binnen de
gewenste termijn niet op een verantwoorde manier kan worden beantwoord. De uitdaging ligt erin een goed evenwicht te vinden tussen
wetenschappelijke ambitie en beleidsrelevantie. Dat inspireert en houdt ons scherp.
Henk Don*

Dossier: Beleidseconomie
R. Gerritse, J.W. Oosterwijk en M.A. Ruys: voorwoord Tussen al het geweld…
D.J. Kraann: Inleiding: Positieve economie en beleidseconomie
B.M.E. Geurts en S.E.P. Raes: De Januskop van de beleidseconomie
J.W.M. Mevissen: reactie Januskop of symbiose?
M.C.W. Janssen: reactie Een wetenschapper in de beleidswereld
J. van Sinderen: Het nieuwe strategische denken
T.R.P.J. Kroes: reactie Tussen droom en werkelijkheid
A.W.A. Boot: De Amerikaanse economische adviseurs
E.E.C. van Damme: London: the place to be?
C.W.A.M. van Paridon: Beleidsadvisering in Duitsland
A. Kapteyn: reactie Wie is de beste?
D.J. Wolfson: De rol van de planbureaus
F.J.H. Don: reactie De rol van het cpb
F.J.M. Crone: De hobbelige brug tussen politici en economen
H.A. Keuzenkamp en J.M. Pomp: De vuile markt voor contractonderzoek
B.M.E. Geurts en D. Kabel: reactie Vuile cocktail
P. Rietveld en E. Verhoef: Universiteiten in de markt
A.P. Ros: reactie: De praktijk is soms sterker dan de leer
M.R.P.M. Camps, L.B.J. van Geest en J.A. Vijlbrief: Beleidseconomie binnen de departementale muren
P.A. Donker van Heel: De onwelkome boodschap
S.G. van der Lecq: epiloog We moeten toch wat

1 Protocol voor de planbureaufunctie van CPB, RIVM, RPD en SCP, 1998, www.cpb.nl/nl/general/protocol.html.
2 Commissie Beleidsgeoriënteerde Toetsing van het Centraal Planbureau, Met beleid te werk, 2001,
www.cpb.nl/nl/pub/andere/bakker.pdf.
3 Centraal Planbureau, Grenzen aan Schiphol?, Den Haag, 1997; CPB, NEI en RIVM, Welvaartseffecten van Maasvlakte 2, aanvullende
kosten-batenanalyse van de uitbreiding van de Rotterdamse haven door landaanwinning, Den Haag, 2001.
4 The CPB Review Committee 2003, CPB in focus, 2003, www.cpb.nl/nl/pub/andere/visitatieverslag.pdf.

Copyright © 2003 – 2004 Economisch Statistische Berichten (

www.economie.nl )

Auteurs