Ga direct naar de content

Bedrijfstakevoluties

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 14 1995

Bedr i jf sta kevol u ties
Het vakgebied Industrials economie is lange tijd
gedomineerd door studies naar de invloed van de
marktstructuur op het gedrag van ondernemingen.
Vooral de Amerikaanse allergie voor kartels en monopolies heeft geleid tot een stroom van empirisch
onderzoek naar de consequenties van onvoiledige
mededinging. Ruwweg zijn er in deze onderzoekstraditie twee scholen te onderscheiden. De eerste
hangt de traditionele visie aan, dot onvoiledige mededinging kan leiden tot inefficiente produktie en tot
welvaartsverlies voor de consument. De tweede, de
zg. Chicago-school, stelt dot onvoiledige mededinging altijd tijdelijk is. De markt zorgt zelf voor herstel; inefficiente producenten zullen namelijk op den
duur goedkopere of meer innovatieve toetreders
aanlokken.
Naast deze strijd in denkrichtingen, is een nieuwe stroming ontstaan, ‘Industrial dynamics’, of ook
wel ‘evolution of industry’ genoemd. Met longitudinale studies probeert zij inzicht te verschaffen in de
achtergronden van de evolutie van bedrijfstakken.
Een twijgje aan deze loot wordt gevormd door de
modellen, waarmee determinanten in de ontwikkeling van bedrijfstakken kunnen warden aangetoond.
De naam Steve Klepper is onlosmakelijk met dit type
modellen verbonden.
In 1990 toont Klepper samen met Graddy in het
Rand Journal of Economics op toegankelijke wijze
aan hoe de marktgeschiedenis van 46 produkten,
uiteenlopend van ritssluitingen tot computers, kan
worden gevangen in een model . De modellering is
gebaseerd op enkele empirische regelmatigheden in
het evolutieproces van de bedrijstakken. De meeste
bedrijfstakken volgen in de loop der tijd een gemeenschappelijk patroon, wat betreft het aantal ondernemingen, de groei van de produktie en de ontwikkeling van de prijzen. Aanvankelijk groeit het
aantal ondernemingen, daarna vindt er een ‘shake
out’ plaats, gevolgd door een periode waarin het
aantal ondernemingen relatief stabiel is geworden.
Zowel gedurende de groei- als de shake out-fase,
groeit de produktie met een afnemend percentage
en nemen prijzen eveneens met een afnemend percentage af. Als het aantal ondernemingen eenmaal
is gestabiliseerd, wordt ook het groeipercentage
van de produktie en het dalingspercentage van de
prijzen constant.
Het aantal jaren dat een fase duurt kan sterk
verschillen. Computers bevinden zich al 46 jaar (de
gehele onderzoeksperiode) in de eerste fase, terwijl
een produkt als de ruitewisser al na elf jaar in de
shake out-fase terecht kwam en zich nu al 47 jaar
in de stabiele fase bevindt. Gebaseerd op de produktlevenscyclustheo’rie kunnen opnieuw enige regelmatigheden worden gefntroduceerd. Zo is bekend
dat het tempo waarmee een produkt de volwassenheidsfase bereikt, samenhangt met de karakteristieken van de technologic van het produkt en de aard
van de consumentenvoorkeuren. Produkten met

ESB 14-6-1995

slechts beperkte mogelijkheden voor technische verbeteringen bereiken snel de volwassenheidsfase. Bij
produkten die worden geconfronteerd met uiteenlopende consumentenvoorkeuren, duurt het relatief
long voordat er een dominant concept ontstaat.
Het aantal toetreders tot de markt heeft veel
invloed op de uiteindelijke marktvorm. Het aantal
toetreders verschilt per bedrijfstak sterk. In modellen
kan men echter rekening houden met zaken als onzekerheid (b.v. over de consumentenvoorkeur), of
het gemak waarmee een produkt van de marktleider kan worden geTmiteerd. Eventueel kan ook met
kansen worden gewerkt, zoals het al dan niet beschikken over de juiste informatie. Deze, grotendeels exogene, factoren blijken van veel betekenis
te zijn voor de uiteindelijke marktsituatie.
Het empirische en modelmatige werk van Klepper op bedrijfstakniveau heeft zijn pendant in het
theoretische werk van Boyan jovanovic . Hij stelt
dat individuen hun ondernemerskwaliteiten niet a
priori kennen. Al tobbend in de harde wereld van
het bedrijfsleven komen zij er zelf achter, maar ook
hun klanten, hun leveranciers en hun financiers. Dit
proces vergt tijd. Naarmate de tijd verstrijkt, raken
individuen beter gemformeerd over hun kwaliteiten
en kunnen ze hun beslissing herzien om al of geen
ondernemer te zijn. Dit passieve leermodel is later
aangepast tot een actief leermodel, waarin voortdurend een afweging wordt gemaakt om te investeren
in innovatie of exploitatie van bestaande kennis.
jovanovic heeft samen met MacDonald geprobeerd de empirische en theoretische vorderingen
met elkaar te verbinden . Zij namen daarvoor de
autobandenindustrie. Aan het eind van de vorige
eeuw wordt de luchtband voor het eerst toegepast
onder auto’s. Er valt nogal wat te verklaren: eerst
een stormachtige groei tot 275 bandenproducenten
in 1922, daarna een shake out naar ongeveer 128
producenten in 1928 en tot slot een gestage afname naar dertig producenten. Er sprake van een uitvinding, de band zelf, en een majeure procesinnovatie namelijk de zg. Banbury mixer, vanaf 1916. De
auteurs kunnen laten zien dat de mogelijkheid om te
innoveren veel mededingers aantrok, terwijl de onmacht om werkelijk marktsucces tot stand te brengen velen van hen weer wegjoeg.
Deze nieuwe stroming heeft een geweldige
uitdaging gecreeerd, namelijk de formalisering en
empirische toetsing van bedrijfstakontwikkelingen
over een langere periode. Dit is onontbeerlijk, zowel voor de wetenschap als voor het beleid.
Roy Thurik*
1. S. Klepper en E. Graddy, The evolution of industries and the
determinants of the market structure, Rand Journal of Economics,
1990, biz. 27-44.
2. B. Jovanovic, Selection and evolution of industry, Econometrica, 1982, biz. 649-670.
3. B. Jovanovic en G.M. MacDonald, The life cycle of competitive industry, Journal of Political Economy, 1994, biz. 322-347.

<
>

* De auteur
is verbonden
aan het Centre

for Advanced
Small Business
Economics van

de EUR en aan
het EIM

561

Auteur