Ga direct naar de content

Waar blijven onze Nobelprijswinnars?

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: augustus 11 2006

column

literatuur
Breit, W.& B. Hirsch
(eds.) (2004) Lives of the
Laureates: Eighteen Nobel
Economists. Cambdrige,
MA: Massachusetss
Institute of Technology,
4th edition.
Colander, D. (2005)
The making of an economist redux. Journal
of Economic Perspectives,
19, 175-198
Kalaitzidakis, P., T.P.
Mamuneas & T. Stengos
(2003) Rankings of
academic journals
and institutions in
economics. Journal
of the European
Economic Association,
1, 1346-1366.

Henriëtte Maassen van den Brink

Waar blijven onze Nobelprijswinnaars?

O

ver een paar weken worden de Nobelprijs­
winnaars voor dit jaar bekend gemaakt. De
kans is groot dat de Nobelprijs voor econo­
mie ook dit jaar niet naar een Nederlandse
econoom gaat. De laatste Nederlandse econoom
die de prijs ontving was Tjalling Koopmans in 1975,
meer dan dertig jaar geleden. Waar blijft de volgende
Nederlandse econoom die de prijs wint?
Nederlandse economen doen het internationaal re­
delijk. Een ranglijst van economische faculteiten zet
vijf Nederlandse faculteiten bij de beste honderd en
plaatst de Universiteit van Tilburg bovenaan de lijst van
beste Europese instellingen (Kalaitzidakis et al., 2003).
Toch zullen weinig Nederlandse economen in de eerste
week van oktober in spanning wachten op een tele­
foontje uit Stockholm.
In hun boek Lives of the Laureates: Eighteen Nobel
Economists noemen William Breit en Barry Hirsch
een aantal gemeenschappelijke kenmerken van Nobel
prijswinnaars, zoals de drang om relevant onderzoek te
doen, de passie om anderen iets te leren, de noodzaak
van interactie met andere goede wetenschappers, een
levendige intellectuele omgeving en de rol van geluk
en toevalligheid (Breit & Hirsch, 2004). Het belang
van een inspirerende leermeester wordt onderstreept
als je de biografieën van de beide Nederlandse win­
naars – Tinbergen en Koopmans – leest. Tinbergen was
een leerling van Paul Ehrenfest, een van de grootste
natuurkundigen van zijn tijd, terwijl Koopmans Hans
Kramers, eveneens een natuurkundige van wereldfaam,
als lichtend voorbeeld noemt.
Zowel Tinbergen als Koopmans ontleenden hun mo­
tivatie om zich met economie bezig te houden aan
het grote maatschappelijke vraagstuk van hun tijd: de
depressie van de jaren dertig. Ze geloofden dat hun
werk een bijdrage kon leveren aan de vermindering van
de werkloosheid en de verbetering van de levensstan­
daard. Dit geloof in de relevantie van de economische
wetenschap is minder geworden. In een recente survey
onder Amerikaanse PhD studenten van topuniversiteiten
als Chicago, Harvard en Stanford, geeft maar 44 pro­
cent van de ondervraagden aan het sterk eens te zijn
met de stelling dat de neoklassieke economie relevant
is voor het oplossen van economische problemen en
slechts negen procent is het sterk eens met de stelling
dat economen het eens zijn over fundamentele vraag­
stukken (Colander, 2005). Stel je dat eens voor bij
een ‘echte’ wetenschap. Bijvoorbeeld: slechts 44 pro­
cent van de artsen denkt dat de geneeskunde relevant
is voor het behandelen van ziekten en negen procent

van de artsen vindt dat artsen het eens zijn over de
behandeling van ernstige ziekten. Dan laat je je toch
met weinig vertrouwen behandelen door een arts.
De waarde van goede leermeesters en een traditie
van excellent onderzoek is onlangs ook door Ronald
Plasterk benadrukt. In zijn column in de Volkskrant
schreef hij hierover: “De waarde van een dergelijke
traditie is niet alleen dat je kennis genereert (die
wordt op zich snel over de wereld verspreid en draagt
slechts beperkt bij aan lokale innovatie), maar vooral
dat je mensen opleidt in die traditie van excellentieâ€
(De Volkskrant, 30 juni 2006).
Excellent onderzoek is de bakermat voor innovatie.
Niet alle wetenschapsgebieden kennen eenzelfde
traditie van excellentie. De vooruitgang in wetenschap­
pelijke kennis en inzicht gedurende de afgelopen
honderd jaar is daardoor niet op alle terreinen even
groot geweest. De vooruitgang op het gebied van de
natuurwetenschappen en de medische wetenschappen
is bijvoorbeeld veel groter geweest dan de toename van
kennis over sociale, ethische, politieke en economische
ontwikkelingen. Dit leidt tot een groeiende kloof tussen
sociale wetenschappen enerzijds en natuur- en tech­
nische wetenschappen anderzijds.
We moeten dan ook de relevantie van economisch
onderzoek vergroten en meer doen om een traditie
van excellent economisch onderzoek in Nederland te
vestigen. Om relevant te zijn moeten economen zich
(nog) meer met beleid bezighouden. We zouden een
voorbeeld kunnen nemen aan de Verenigde Staten.
Bijna alle Amerikaanse topeconomen mengen zich
in het beleidsdebat door het schrijven van columns
en opiniestukken, of door een tijdlang als adviseur
voor de regering te werken. Nobelprijswinnaars als
Paul Samuelson, Milton Friedman, Gary Becker en
Joseph Stiglitz waren allemaal nauw betrokken bij
beleidsadvisering aan het Witte Huis. Een potentiële
Nobelprijswinnaar als Paul Krugman voert tweemaal
per week een persoonlijke kruistocht tegen George
Bush in The New York Times.
Excellent onderzoek vereist dat goede onderzoekers
de vrijheid krijgen zich te ontplooien. We moeten ze
niet in een keurslijf van voor jaren vaststaande onder­
zoeksthema’s dwingen. Wetenschapsbeleid moet de
omstandigheden scheppen waarin excellent onderzoek
gedijt. Streven naar excellentie zou centraal moeten
staan in het wetenschapsbeleid van het kabinet. Je
wordt niet als Nobelprijswinnaar geboren, de omge­
ving kan er aan bijdragen dat je er een wordt. Zelfs
in Nederland.

ESB

11 augustus 2006

383

Auteur