Ga direct naar de content

Te veel talent naar de financiële sector?

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 11 2015

Het was een goede week voor econometristen. Op maandag was er de Kamerbrief van minister Plasterk waarin econometristen in één adem werden genoemd met topwetenschappers, chef-dirigenten, luchtverkeersleiders, klinisch fysici en solisten bij opera en dans. Volgens de minister zijn dit allemaal “specialisten en unieke talenten” die mogelijkerwijs niet onder de Wet Normering Topinkomens zouden moeten vallen, en in dat geval in de publieke sector meer kunnen blijven verdienen dan 178.000 euro per jaar. Op dinsdag pakte het FD uit met een lang artikel met de kop ‘Afgestudeerde econometrist heeft baan voor het uitzoeken‘.  Volgens de krant staan bedrijven “te popelen om de slimme academici in te zetten voor data-analyse.”

Veel econometristen en kwantitatieve economen komen terecht in de financiële sector. Daar is niet iedereen over te spreken.  Is de financiële sector wel de plek waar deze ‘unieke talenten’ het meest voor de maatschappij kunnen betekenen? Natuurlijk, de financiële sector vervult een aantal kerntaken in de economie. Maar of die kerntaken zó’n grote claim op de schaarse talenten rechtvaardigen is de vraag.

Sendhil Mullainathan (Harvard) schreef er een paar maanden geleden in The New York Times een geruchtmakend stuk over getiteld ‘Why a Harvard Professor Has Mixed Feelings When Students Take Jobs in Finance’. Hij wees naar onderdelen in de financiële wereld zoals de flitshandel en het verstrekken van dubieuze leningen die vooral op ‘rent seeking’ lijken en nauwelijks sociale baten opleveren. Het is zonde als de knapste koppen in de samenleving zich daar mee bezighouden. Ook Wouter den Haan (LSE) komt in het net verschenen zomernummer van ESB met de constatering dat er “niet veel bewijs [is] dat de nieuwe activiteiten die de financiële sector in de afgelopen decennia heeft ontplooid en die de voornaamste stuwers vormen van de groei in deze sector, cruciaal zijn voor de economie als geheel.” (p.395-396)  

De zorg dat de financiële sector een onevenredig groot beroep doet op de meest getalenteerden in de samenleving is de afgelopen decennia verder toegenomen door de explosie in de salarissen die er worden betaald. Volgende week staat er tijdens het NBER Summer Institute een paper op het programma met wat dat betreft een geruststellende boodschap.

Het paper laat met zeer gedetailleerde Zweedse data zien dat de financiële sector er de afgelopen twintig jaar niet in geslaagd is om meer van de meest getalenteerde mensen naar zich toe te trekken, ondanks de veel snellere stijging van de salarissen dan in de rest van de economie. Böhm et al. schrijven: ” There was no improved talent selection into finance, neither on average, nor at the top.” (p.32)  

In het licht van Mullainathan’s zorgen mag dat geruststellend zijn. Resteert natuurlijk wel de vraag waarom de salarissen in de financiële sector zo enorm gestegen zijn. Dat is en blijft vooralsnog een puzzel, zelfs voor de slimste econometristen.

Auteur

Categorieën